Geschiedenis : Tentoonstellingen in Boedapest
7 tentoonstellingen in de musea van Boedapest uit onze lijst — met data, locatie en waarom ze de moeite waard zijn.
«Apocalyps met poppen en machines» heet het blad waarmee Béla Kondor in 1956 een reeks afsluit die vier eeuwen eerder begint. Albrecht Dürer legde vast hoe het einde van de wereld eruitziet, en twee eeuwen prentkunst bleven binnen dat beeld; wat van blad tot blad verschuift is de leer, en zij is af te lezen aan de schikking van de figuren zelf. Volledige gegraveerde reeksen bij de Openbaring van Johannes zijn zeldzaam, en hier hangen de reeksen die ertoe doen: naast Dürer Lucas Cranach de Oude met zijn werkplaats, de burijnbladen van Jean Duvet, de litho’s die Odilon Redon in 1899 uitbracht.
Foto’s op panelen in de museumtuin, in de open lucht, bij dezelfde verjaardag van de Onafhankelijkheidsverklaring als de grote tentoonstelling binnen — waar ook het volledige verhaal staat. Elk uur is goed en een kaartje is niet nodig.
Onder Achnaton werd een reliëf opnieuw gesneden voor prinses Meritaten, en die tweede snede is nog te zien; het laboratoriumonderzoek van de laatste jaren heeft zulke correcties aan het licht gebracht. Het gaat hier om het ambacht: met welke materialen men werkte, welke regels de tekening beheersten, waar de hand misging en hoe de fout werd hersteld. Er ligt een kalkstenen ostrakon vol leerlingentekeningen uit de dertiende tot elfde eeuw voor onze jaartelling, en een beeldhouwersmodel met ramskop uit de Late Periode. Het meeste komt uit de eigen Egyptische afdeling, aangevuld door de Ny Carlsberg Glyptotek in Kopenhagen en het Egyptisch Museum van Turijn. Samenstellers: Katalin Anna Kóthay en Flóra Judit Kövei.
Bij miljoenen trokken Hongaren naar de Verenigde Staten, en de tentoonstelling volgt hen van 1776 tot vandaag — het tweehonderdvijftigste jaar van de Onafhankelijkheidsverklaring. Er gingen armen en er gingen bemiddelden, avonturiers en mensen die ergens voor wegliepen zonder het te willen noemen. Enkelen klommen op; anderen vonden zwaar werk en een land dat vreemd voor hen bleef, en verder niets; en de meesten, die achteraf geen groot verhaal te vertellen hadden, bouwden hun tweede leven zwijgend op. Het museum heeft alles in zijn staatsievertrekken gezet: het grote trappenhuis, de ruimte onder de koepel, de haardzalen.
De goudmijnen maakten Hongarije onder Lodewijk I, die van 1342 tot 1382 regeerde, tot een van de rijkste koninkrijken van Europa, maar bovengronds is daar weinig van over: enkele stukken edelsmeedwerk en de gouden florijnen. Het meeste van wat hier ligt kwam uit de grond bij Visegrád, waar de koning zijn residentie hield, en omdat de burchten en paleizen puin zijn zet een film in de zaal ze door berekening weer overeind. De opstelling is klein, staat in het middeleeuwse lapidarium en ging open op 5 maart, de geboortedag van de koning, voor de zevenhonderdste verjaardag.
Vier jaar geleden gaf de Belgische antropoloog Gustaaf Verswijver zijn archief aan het museum: zevenenveertigduizend foto’s, negentig uur film, opgenomen stemmen en bijna vierhonderd voorwerpen, bijeengebracht in een halve eeuw onder de Mẽbêngôkre, door de buitenwereld Kayapó genoemd. Dit is er de eerste presentatie uit. De opnamen, van 1974 tot 2019, laten zien waarvan de lichaamsbeschildering wordt gemaakt en naar welke mythen zij verwijst; waarom een gemeenschap een geometrisch patroon in één oogopslag leest; waarom oren en lippen werden opgerekt, want het lichaam gaf rang en leeftijd aan. Ernaast hangen foto’s van Martine de Rouck, zijn vrouw, die met hem het veld in ging.
Achtste aflevering van de reeks «Hedendaagse benaderingen», waarin een kunstenaar iets uit de bestaande verzameling neemt en er eigen werk naast zet; het onderwerp is ditmaal de oven, die in het boerenhuis verwarmde en waarop men kookte, zodat de halve dag zich naar hem richtte. De opstelling staat in de Keramiekzaal op niveau min twee, tussen de keramiek uit de hele wereld, en blijft ruim een jaar hangen.