Uw browser is ouder dan deze pagina. De catalogus is ook hier te lezen: de lijst, de filters en de kaarten werken. Uw browser markeert de gekozen filters met gewone vinkjes, zo goed als het gaat. Werk uw browser bij om de pagina te zien zoals ze bedoeld is.
De musea van Boedapest liggen in vier hoeken van de stad: de oude meesters en de etnografische verzameling aan het Heldenplein, de Hongaarse schilderkunst en het middeleeuwse paleis in de burcht van Buda, het Romeinse Aquincum en de avant-garde in Óbuda, de hedendaagse kunst en de herinnering aan de Holocaust in Ferencváros. De collectie Esterházy, in 1870-1871 door de Hongaarse staat gekocht, vormde de Nationale Schilderijengalerij waaruit het Museum voor Schone Kunsten is voortgekomen; de Spaanse schilderijen zijn er van dezelfde rang als die in het Louvre en de Hermitage. De stad is intussen bezig zichzelf te herschikken. Het Museum voor Toegepaste Kunst van Ödön Lechner is sinds 2017 gesloten; de kroningsmantel en de schat van Seuso werden in december 2025 uit de zalen van het Nationaal Museum gehaald; waar de Nationale Galerie komt te staan, is nog niet beslist. Deze lijst gaat uit van wat nu te zien is; wat niet te zien is, wordt hier met zoveel woorden genoemd.
Om de Spanjaarden komt men hier. In één koop gaf het bezit van de Esterházy’s aan Boedapest een vrijwel ononderbroken reeks Spaanse schilderkunst, van de vijftiende eeuw tot de eeuwwisseling, en die reeks staat naast die van het Louvre en de Hermitage. De Italiaanse renaissance is hier magerder dan in Wenen of Dresden. Hongaarse kunst ontbreekt geheel: die hangt aan de overkant van de rivier, in de Nationale Galerie, twee huizen van dezelfde instelling die de stof onderling verdeeld hebben.
De Esterházy-madonna van Rafaël, één paneel uit de 637 schilderijen die de staat in 1870-1871 kocht. De Spaanse zalen: El Greco, Velázquez, Ribera, Murillo, Goya. 263 Nederlandse en Vlaamse stukken kwamen met dezelfde aankoop mee. De Egyptische afdeling bewaart sarcofagen, stèles en grafgoed. Bij de oude beeldhouwkunst staat een bronzen Ruiter die het museum met Leonardo da Vinci in verband brengt.
Dózsa György út 41, 1146 Boedapest (Heldenplein) ··
Hier wordt de vorm van de Hongaarse geschiedenis uitgelegd, en wel met voorwerpen: Avaars goud, Romeinse opschriften, wapens, zegels. Twee van de beste stukken zijn nu onbereikbaar, wat de rekensom van een bezoek verandert. Romeins materiaal is hier rijker dan in het Weense Kunsthistorisches, omdat Pannonië op deze grond lag; middeleeuwse beeldhouwkunst is er schaarser dan in de Nationale Galerie aan de overkant.
Het Romeinse lapidarium in de kelder: stenen met opschriften en sarcofagen uit Pannonië. Op de grens van Oost en West, grafgoed van het paleolithicum tot de landname, met goud uit Avaarse graven. De geschiedenis van Hongarije in twee delen, van de kroon van Sint-Stefanus tot 1990. De kroningsmantel van 1031 en de schat van Seuso zijn sinds december 2025 gesloten wegens verbouwing; zolang die duurt heeft komen voor deze twee geen zin.
Nergens ter wereld is de Hongaarse schilderkunst zo bijeen als hier. Csontváry en Szinyei Merse verlaten het land zelden, zodat een oordeel over hen alleen in deze zalen te vormen is. De gotische altaren geven een tweede reden om de heuvel op te gaan: complete kasten, snijwerk en vleugels bijeen, terwijl Europese verzamelingen er meestal losse panelen van overhouden. Buitenlandse kunst is er weinig; de internationale afdeling loopt van Courbet tot Baselitz en wil Parijs noch Wenen vervangen.
Laatgotische vleugelaltaren: hele altaarkasten uit de parochiekerken van Opper-Hongarije, in één zaal bijeengezet. Meifeest van Pál Szinyei Merse, in 1873 geschilderd en door de tijdgenoten geweigerd. De zaal van Tivadar Csontváry Kosztka, met De eenzame ceder en Bedevaart naar de ceders van Libanon. De geeuwende leerjongen van Mihály Munkácsy. Beeldhouwkunst van rond 1900 en het Hongaarse modernisme: József Rippl-Rónai, Károly Ferenczy, Lajos Gulácsy.
Szent György tér 2, 1014 Boedapest (burcht van Buda) ··
Om het orgel komt men hier. Romeinse instrumenten kent men bij tientallen van afbeeldingen; bewaard bleef er één, en dat staat hier — Napels heeft het niet, Londen niet, Keulen niet. De opgraving zelf is bescheiden naast Pompeji en Ostia: muren komen een halve meter omhoog, verdiepingen ontbreken, en de stad moet men zich bij de plattegrond voorstellen. Wie een dag aan het Romeinse Hongarije geeft, begint beter bij het lapidarium van het Nationaal Museum en eindigt hier.
Het waterorgel van 228, het enige Romeinse orgel dat ergens ter wereld bewaard bleef. Lajos Nagy vond het in 1931 in de kelder van een uitgebrande brandweerkazerne: meer dan vierhonderd bronzen onderdelen. Een Latijnse plaat noemt de koper, Gaius Iulius Viatorinus, hoofd van de brandweer, die het instrument voor zijn mannen aanschafte. De grafsteen van Aelia Sabina, vrouw van een organist, draagt een opschrift over haar spel. Mozaïekvloeren en een mithraeum springen op de opgraving in het oog; het Schildershuis houdt zijn muurschildering.
Het Hongaarse boerenleven is hier dichter bijeen dan waar ook, en toch komt men voor het overzeese bezit, dat een land zonder koloniën niet had horen te hebben. De Nieuw-Guinese stukken van Bíró bereikten Boedapest doordat Oostenrijk-Hongarije zijn natuuronderzoekers overal deuren opende. Naast het Koninklijk Museum voor Midden-Afrika in Tervuren blijft het Congolese deel bescheiden; het Oceanische deel hoort bij de sterkste van Europa. Het gebouw van 2022 vormt de tweede reden: de zalen onder de grond, het dak teruggegeven aan het park.
De Oceanië-verzameling, ruim 14.500 stukken, waarvan drie kwart door vier mannen rond 1900 bijeengebracht. Lajos Bíró bracht tussen 1896 en 1901 zesduizend voorwerpen uit Nieuw-Guinea mee, met driehonderd foto’s. 466 Congolese stukken kwamen in 1910 van Emil Torday, die voor het British Museum werkte. De keramiekzaal zet het aardewerk van de hele wereld op een rij, zonder scheiding tussen eigen en vreemd. Zoom, de tweede vaste opstelling, gaat over het verschuiven van de blik op een andere cultuur.
Van de drie plaatsen die in Boedapest over de Holocaust spreken, houdt alleen deze een vaste wetenschappelijke opstelling; het Huis van de Terreur vlecht twee dictaturen tot één verhaal, en de schoenen aan de Donaukade zijn een teken zonder uitleg. Naast Yad Vashem of het museum in Washington blijft deze tentoonstelling klein en spreekt zij over één land. Wat zij doet, doet zij nauwkeurig: het Hongaarse jaar 1944 wordt week voor week uitgelegd, en de snelheid ervan wordt zichtbaar.
De synagoge van Baumhorn uit 1923, met haar herstelde zaal, staande binnen het nieuwe gebouw. De vaste tentoonstelling: de weg van rechteloosheid naar de deportaties van 1944, verteld met documenten, voorwerpen en het lot van bepaalde families. De namenmuur op de binnenplaats.
Drie woningen van Liszt zijn bewaard: de Altenburg in Weimar, de Villa d’Este bij Tivoli en deze. Boedapest houdt het decor van zijn laatste vijf jaar vast, in het huis waar hij lesgaf, zodat de voorwerpen hier bij zijn werkende leven horen. Van een verzameling is nauwelijks sprake: drie kamers, in een uur doorlopen. Wie de handschriften van Liszt zoekt, moet naar Weimar.
De instrumenten van Liszt, de vleugels waarop hij in deze kamers speelde en lesgaf. Het bureau en het meubilair van de woning, op hun plaats gebleven. De bibliotheek en de partituren met zijn aantekeningen. De kamermuziekzaal van de oude Academie een verdieping lager, waar vanaf september op zaterdag om 11.00 uur ochtendconcerten klinken.
Het geboortehuis van de man die artsen hun handen liet wassen toont de geschiedenis van de geneeskunde van binnen één leven uit; de Wellcome in Londen en het museum van de Académie de médecine in Parijs bezitten meer, en geen van beide bindt plaats en persoon zo aaneen. De verzameling is klein: twee huizen, anderhalf uur voor allebei. Wie de hele geschiedenis van de Hongaarse geneeskunde verwacht, krijgt hier alleen het begin.
Het graf van Semmelweis op de binnenplaats van zijn geboortehuis. Medische instrumenten van de oudheid tot de twintigste eeuw, in heel Europa bijeengebracht. De apotheek De Gouden Adelaar in de Tárnok utca: het interieur van een oude stadsapotheek, met kasten, potten en laboratorium. Anatomische wasmodellen uit de achttiende eeuw.
De beelden van Buda zijn een vondst die veranderd heeft wat men van de hofbeeldhouwkunst in Midden-Europa omstreeks 1400 wist; uit die kring bleef in Wenen noch Praag zoveel of zo goed bewaard. De rest is zwakker: de stadsgeschiedenis wordt kort verteld, en het paleis, na de oorlog herbouwd, laat zich moeilijk lezen. Om één zaal komt men hier.
Gotische beelden uit het koninklijk paleis: ruim zestig torso’s die weer samengesteld kunnen worden en duizenden brokstukken, in 1974 gevonden in de dichtgeworpen kelder van een burgerhuis voor het paleis. Ze werden gehakt voor het hof van Sigismund van Luxemburg (1387-1437) door meesters uit verschillende delen van Europa; sommige gingen half af de grond in. De gotische zaal heeft haar zitnissen behouden. De paleiskapel en de kelders eronder.
Szent György tér 2, gebouw E, 1014 Boedapest (burcht van Buda) ··
Weinig joodse musea van Midden-Europa kwamen de oorlog door, en dit is het museum waarvan de voorwerpen door een gemeenschap voor zichzelf zijn verzameld, terwijl die in Praag door de Duitsers uit roofgoed werden samengebracht. Het verschil is in de keuze te horen: veel huiselijk zilver uit middelgrote gemeenten, weinig pronkstukken. In omvang doet het onder voor Praag en Warschau. De synagoge ernaast valt niet onder hetzelfde kaartje: eigen deur, eigen prijs.
Ritueel zilver en textiel uit Hongaarse gemeenten, het oudste uit de zeventiende eeuw. Een joodse grafsteen uit de Romeinse tijd uit Pannonië, het oudste joodse spoor op deze grond. De Holocaustzaal, met documenten uit het getto van Boedapest. Het bezit van de begrafenisbroederschap Chevra Kadisja.
Dohány utca 2, 1075 Boedapest
· nr. 116
Onze waarderingsschaal
De waardering hier is de onze — het oordeel van de samenstellers van deze catalogus. Zij gaat over datgene waarvoor men naar een museum gaat: waar een collectie is, over de collectie; waar die ontbreekt, over het gebouw, het ensemble of het monument en over wat er in hun zalen wordt getoond. Noch een rij op straat noch een luide naam telt daarin mee.
van wereldbetekenis
Van dezelfde orde als de beste musea ter wereld.
uitmuntend
Een bezoek op zichzelf waard.
belangrijk
Er is hier iets waarvoor het komen loont.
voor liefhebbers
Het beantwoordt wie voor het onderwerp zelf komt.
nichegebied
Gewaardeerd door een kleine kring en daarbuiten niet erkend.
Een aparte onderscheiding
ondergewaardeerd
Meer waard dan zijn bekendheid: minder mensen kennen het dan het verdient
enig in zijn soort
Er is geen tegenhanger — niet in het land, nergens
lees je in
Voorbereiding is er in twee soorten: de ene verzameling vraagt om lezen vooraf, de andere om de stemming waarmee men binnenkomt. Zonder haar leest het als ornament; met haar gaat het helemaal open
hier is het stil
Geen drukte: je kijkt in je eigen tempo en alleen
Hoe wij deze lijst bijhouden
Gecontroleerd op 22 augustus 2026 — aan de hand van museumsites en open bronnen. Elke vermelding draagt een eigen datum en een eigen aantekening waarmee is nagekeken. Een prijs die wij niet konden bevestigen, merken wij als onbevestigd aan; de vorige blijft niet staan.
Hoeveel tijd — voor het belangrijkste, langs onze minimale route. Het café, de winkel en de rij bij de garderobe tellen niet mee. Het hele museum rondgaan duurt vrijwel altijd langer.
De foto's zijn van Wikimedia Commons onder vrije licenties; de maker en de licentie staan onder elke foto.
18 mei — Internationale Museumdag, gehouden sinds 1977; in de nacht van 17 op 18 mei de Nacht van de Musea. Op die dagen hebben musea een bijzondere dienstregeling en is de toegang vaak gratis.
Als wij ons vergist hebben
Elk getal en elke datum op deze bladzijden is door ons nagekeken. Schrijf ons als een museum zijn tijden of prijzen heeft gewijzigd, als een link dood is of als een museum in de lijst ontbreekt. Wij verbeteren het en zetten een nieuwe controledatum.