Nationale Galerie
Laatgotische vleugelaltaren: hele altaarkasten uit de parochiekerken van Opper-Hongarije, in één zaal bijeengezet. Meifeest van Pál Szinyei Merse, in 1873 geschilderd en door de tijdgenoten geweigerd. De zaal van Tivadar Csontváry Kosztka, met De eenzame ceder en Bedevaart naar de ceders van Libanon. De geeuwende leerjongen van Mihály Munkácsy. Beeldhouwkunst van rond 1900 en het Hongaarse modernisme: József Rippl-Rónai, Károly Ferenczy, Lajos Gulácsy.
30 minuten bij de gotische altaren. 25 minuten in de zaal van Csontváry. 20 minuten voor de negentiende eeuw, het Meifeest en Munkácsy. 20 minuten voor de eeuwwisseling en de modernen. 15 minuten in de koepel als het helder is.
Achtergrond
| ma–zo vandaag | 10:00–18:00 |
- Burchtmuseum 100 m hiervandaan
- Semmelweis Museum 400 m hiervandaan
- Joods Museum 1,5 km hiervandaan
Doen Csontváry en Szinyei Merse u vragen waaraan de Hongaren zich maten, dan hangen de oude meesters van Europa aan het Heldenplein.
Roept de Hongaarse schilderkunst bij u de vraag naar de geschiedenis zelf op, dan staat het museum waaruit deze galerij in 1957 werd losgemaakt aan de Múzeum körút: het Romeinse lapidarium van Pannonië, het goud uit Avaarse graven, de «Geschiedenis van Hongarije» in twee delen.
Lijkt een nationale school onder één dak u zeldzaam, dan heeft Moskou zo’n huis in de Lavroesjinski-steeg, en ook dat werd door één man bijeengebracht.