Oostende is tweemaal opnieuw begonnen: het driejarige beleg van 1601–1604 liet van de oude stad niets heel, en Leopold II bouwde er een koninklijke badplaats met gaanderijen langs de dijk. Een museumkwartier is hier nooit ontstaan. De kunstverzameling bevindt zich in het centrum, de batterijen van de Atlantikwall in Raversijde aan de westrand, het napoleontische fort aan de overkant van de haven. Veel op deze lijst is helemaal geen verzameling: bij het fort, bij de batterijen in de duinen, aan boord van het zeilschip kijkt men naar het gebouw en de plek zelf.
De priester die in Oostende de vader van de vissers heette en ’s lands eerste aalmoezenier op zee was. De Antonyfoto’s van zijn begrafenisstoet en stukken uit zijn nalatenschap zijn voor het eerst te zien, waaronder een reddingsboei van het opleidingsschip dat zijn naam droeg.
Drie films van Guillaume Bijl en Jean Strijckers naast foto’s: een geënsceneerd portret van Ensor dat voor authentiek doorging, en een 16mm-rol van Oostende uit 1958, gedraaid door een student van de academie.
Graffiti voordat het street art werd: een tocht door het donkere fort achter een verzonnen writer aan, een metrowagon vol tags en een muur waarop de bezoekers zelf schrijven.
De enige verzameling die als één doorlopend verhaal over kunst in België is ingericht: achtduizend stukken van 1341 kunstenaars, van François Bossuet uit 1821 tot Luc Tuymans; het museum zegt het zelf zo, “van 1880 tot morgen”. Spilliaert is hier ruimer aanwezig dan waar ook ter wereld — honderdtien eigen stukken en daarbij een particuliere verzameling die sinds 2020 in langdurige bruikleen is — en dáárvoor komt men.
Het eigen gebouw in de Romestraat is sinds januari 2025 dicht voor verbouwing en gaat in 2028 weer open; de collectie wordt bij stukken getoond in de Venetiaanse Gaanderijen, zodat het geheel nu nergens te zien is. Het Spilliaertbezit — de zeedijk en het strand van Oostende, de nachtelijke zelfportretten; nergens is daar een gelijke van, en in het hart ervan staat het Zelfportret met rood potlood uit 1908, Oost-Indische inkt, gouache en pastel op papier, 85 × 69 cm, inv. SM000005. James Ensor en de kring van Les XX (Willy Finch). Constant Permeke, Jean Brusselmans, Frits Van den Berghe — het Vlaamse expressionisme. Paul Delvaux, Georges Vantongerloo, Roger Raveel, Luc Tuymans. Het oudste stuk is De zaagmolens te Slijkens nabij Oostende van François Bossuet, 1821.
Een duinstrook waar de werken van beide wereldoorlogen naast elkaar bewaard zijn. De hoofdzaak is hier de batterij Aachen uit 1915: de enige Duitse kustbatterij uit de Eerste Wereldoorlog waarvan genoeg over is om de hele opzet van de kustverdediging van die oorlog te lezen; van de andere resten slechts verspreide betonnen dozen.
De batterij Aachen — begonnen op 8 januari 1915 en eind april van dat jaar in dienst: de observatiepost, de geschutstellingen, de loopgraven. De batterij Saltzwedel-neu uit de Tweede Wereldoorlog — ruim zestig bunkers en ondergrondse gangen. Alles is op zijn plaats bewaard: er is niets naartoe gebracht.
Een vijfhoekig torenfort uit 1811, van het type ‘tours et redoutes modèle 1811’: vijf muren van 27,4 meter, metselwerk van 2,65 meter dik, ruim acht miljoen bakstenen, de bouwput gegraven door Spaanse krijgsgevangenen en opgeëiste plaatselijke werklieden. Het fort maakte beleg noch gevecht mee: de ster van Napoleon zonk voordat het nodig was, en juist daardoor bleef het gaaf. Leeg stond het echter niet. In de Eerste Wereldoorlog richtten de Duitsers er het verzamelkwartier van de artillerie in, zetten de Hindenburgbatterij erachter en legden er elektriciteit, verwarming en water aan; in de Tweede werd het fort in de Atlantikwall opgenomen. Van die eerste bezetting resten de muurschilderingen van 1915, en dat is het enige hier wat een verzameling mag heten. Wat er nu te zien is, is een verhalenparcours met tijdelijke tentoonstellingen.
De muurschildering Der Barbar uit 1915 van de soldaat-kunstenaar Heinrich-Otto Pieper (1881–1968), boven de schouw: een geharnaste Duitse ridder met het slagzwaard aan de keel van een Schot, en daarnaast de afgehakte hoofden van een Italiaan, een Fransman, een Japanner, een Senegalees en een Rus — Duitse oorlogspropaganda zonder omhaal; ernaast een allegorische versie van de Bremer stadsmuzikanten. In 1932 hersteld. Het bouwwerk zelf: een vijfhoek met de noordpunt naar zee, twee lagen kazematten, een slaapzaal voor vijfhonderd man met 96 schietgaten, een droge gracht van tien meter en vijf caponnières.
Het huis waar Ensor van 1917 tot zijn dood in 1949 woonde en werkte — het enige huismuseum van een schilder bij wie zowel het expressionisme als wat later surrealisme heette begint. Een verzameling is er niet: het meeste meubilair werd verkocht vóór het museum in 1952 openging, en sinds 2020 is het huis ingericht als belevingscentrum, vijf kamers met reproducties op ware grootte. Echt zijn de schelpen- en souvenirwinkel die hem van zijn oom en tante toeviel en die hij onaangeroerd liet, en de kamer zelf waar de Intrede van Christus te Brussel hing.
Het Blauwe Salon met een kopie op ware grootte van De intrede van Christus te Brussel in 1889, opgehangen waar het origineel hing; dat origineel is sinds 1987 in het Getty. De schelpen- en souvenirwinkel op de begane grond — de handel van de tante en oom van de kunstenaar, die hij sloot maar niet opruimde. Het atelier en de woonkamers met het meubilair dat bewaard bleef. Vijf belevingskamers, elk met een eigen thema: de wereld van Ensor, interieurs, zijn publieke leven, de kritiek, maskers en vreemde figuren. Een tentoonstellingsruimte in het aanpalende pand, waar de presentaties met Xavier Tricot gemaakt worden.
Een planetarium en ruimtevaartcentrum aan de Duinkerkseweg: een verzameling is er niet, en wat getoond wordt is kennis. Hier wordt over natuurwetenschap gesproken.
De planetariumkoepel en de hemelvoorstellingen. De afdeling ruimtevaart. Voorwerpen van museale aard zijn er niet.
Het huis in de Langestraat werd tussen 1770 en 1780 gebouwd, en vanaf 1834 huurde het koningspaar het: Louise-Marie, wier longen zwak waren, kreeg van de artsen zeelucht voorgeschreven. Hier stierf zij op 11 oktober 1850, om tien over acht ’s ochtends — de eerste koningin der Belgen. De kamer waar dat gebeurde is ingericht zoals toen. Leopold II kocht het huis in 1867 en bewaarde het als aandenken aan zijn moeder. Daarna komt het geheugen van de stad — visserij en haven, scheepvaart en de badplaats die het vissersdorp opat. Het museum legt Oostende uit.
De kamer waar koningin Louise-Marie op 11 oktober 1850 stierf: ingericht zoals toen, en het bed dat er staat is naar alle waarschijnlijkheid haar sterfbed. Het huis in de Langestraat 69, gebouwd tussen 1770 en 1780 en vanaf 1834 door het koningspaar gehuurd. De zalen van visserij, haven en scheepvaart; affiches, documenten en foto’s van de badplaats. De tijdelijke tentoonstellingen worden gemaakt door de heemkundige kring De Plate, die in hetzelfde huis werkt.
Een driemastbarkentijn uit 1932, in Leith gebouwd naar het ontwerp van de poolreiziger Adrien de Gerlache als opleidingsschip van de Belgische koopvaardij — beschermd monument en wellicht het bekendste schip van het land. Achtentwintig jaar dienst leverden vierenvijftig reizen en slechts twee gezagvoerders op; sinds 1960 ligt hij in de Oostendse jachthaven. Het schip heeft geen verzameling. Waarvoor de Mercator herinnerd wordt, is niet meer aan boord: van de twee moai die van Paaseiland kwamen staat de Belgische — Pou Hakanononga, zes ton andesiet — in het Jubelpark te Brussel, de tweede ging naar de Fransen, en het stoffelijk overschot van pater Damiaan ligt allang in Leuven.
Het schip zelf, uit 1932: vijftien zeilen van in totaal 1.600 vierkante meter, het dek, de kadettenverblijven, de officiershutten, de kaartenkamer. De scheepsoperatiekamer, die als rouwkapel diende toen de Mercator in 1936 het stoffelijk overschot van pater Damiaan van Nieuw-Zeeland naar Antwerpen bracht. De herinnering aan de zevende reis van 1934–1935, waarvan hij de Frans-Belgische Paaseilandexpeditie en twee moai meebracht.
Jachthaven, Jan Piersplein ··
· nr. 86
Onze waarderingsschaal
De waardering hier is de onze — het oordeel van de samenstellers van deze catalogus. Zij gaat over datgene waarvoor men naar een museum gaat: waar een collectie is, over de collectie; waar die ontbreekt, over het gebouw, het ensemble of het monument en over wat er in hun zalen wordt getoond. Noch een rij op straat noch een luide naam telt daarin mee.
van wereldbetekenis
Van dezelfde orde als de beste musea ter wereld.
uitmuntend
Een bezoek op zichzelf waard.
belangrijk
Er is hier iets waarvoor het komen loont.
voor liefhebbers
Het beantwoordt wie voor het onderwerp zelf komt.
nichegebied
Gewaardeerd door een kleine kring en daarbuiten niet erkend.
Een aparte onderscheiding
ondergewaardeerd
Meer waard dan zijn bekendheid: minder mensen kennen het dan het verdient
enig in zijn soort
Er is geen tegenhanger — niet in het land, nergens
lees je in
Zonder voorbereiding leest het als ornament; met voorbereiding gaat het helemaal open
hier is het stil
Geen drukte: je kijkt in je eigen tempo en alleen
Hoe wij deze lijst bijhouden
Gecontroleerd op 19 augustus 2026 — aan de hand van museumsites en open bronnen. Elke vermelding draagt een eigen datum en een eigen aantekening waarmee is nagekeken. Een prijs die wij niet konden bevestigen, merken wij als onbevestigd aan; de vorige blijft niet staan.
Hoeveel tijd — voor het belangrijkste, langs onze minimale route. Het café, de winkel en de rij bij de garderobe tellen niet mee. Het hele museum rondgaan duurt vrijwel altijd langer.
De foto's zijn van Wikimedia Commons onder vrije licenties; de maker en de licentie staan onder elke foto.
18 mei — Internationale Museumdag, gehouden sinds 1977; in de nacht van 17 op 18 mei de Nacht van de Musea. Op die dagen hebben musea een bijzondere dienstregeling en is de toegang vaak gratis.
Als wij ons vergist hebben
Elk getal en elke datum op deze bladzijden is door ons nagekeken. Schrijf ons als een museum zijn tijden of prijzen heeft gewijzigd, als een link dood is of als een museum in de lijst ontbreekt. Wij verbeteren het en zetten een nieuwe controledatum.