Een burcht die in het water staat, waar Sigismund van Luxemburg hof hield en gezantschappen ontving en waar Matthias Corvinus het paleis in renaissancetrant verbouwde; sinds 1954 zetelt er het comitaatsmuseum. De verzameling groeide uit het kabinet van de piaristen, in 1765 begonnen door graaf Miklós Esterházy, en bleef na Trianon de enige wetenschappelijke verzameling op de stomp van het comitaat Komárom: het comitaatsgenootschap was met Komárom zelf over de grens geraakt. Vandaar het Romeinse materiaal uit Brigetio en Almásfüzitő, het gebeeldhouwde steen van de benedictijnenabdij van Vértesszentkereszt, en het faience waaraan het museum de naam van Domokos Kuny dankt. Een degelijke provinciale verzameling.
De groengeglazuurde kachel met ridderfiguren — samengesteld uit scherven uit een kelder die in de zestiende eeuw werd volgestort, en hij geeft het interieur van het paleis uit de tijd van Matthias Corvinus weer. Het Romeinse lapidarium, geopend in 1955 — stenen uit Brigetio en Almásfüzitő. Het middeleeuwse lapidarium — beeldhouwwerk uit de abdij van Vértesszentkereszt. Het faience van Domokos Kuny (1754–1822). De Ridderzaal uit 1815, met de neoromaanse ramen die voor de keizerlijke manoeuvres van 1897 werden aangebracht. De vaste opstellingen ‘Een stad wordt geboren’ en ‘Alledaags leven in de middeleeuwen’.
Kortste route — 1 tot 1,5 uur voor het belangrijkste
Vijf kwartier.
20 minutende groengeglazuurde kachel met ridderfiguren en de zalen van het middeleeuwse Tata.
20 minutenhet Romeinse lapidarium: stenen uit Brigetio en Almásfüzitő.
15 minutenhet middeleeuwse lapidarium met het beeldhouwwerk uit Vértesszentkereszt.
10 minutenhet faience van Domokos Kuny.
10 minutende Ridderzaal en het meer door haar ramen.
Achtergrond
Over het museum
De piaristen begonnen hun verzameling in 1765; in 1912 werd zij stadsmuseum en in 1954 trok zij de burcht in onder de naam van Domokos Kuny. Het Romeinse lapidarium opende in 1955, en toen kwamen ook de schilderijen uit de Esterházy-huizen van Tata en Majk binnen. Opgraving en herstel van het gebouw liepen van 1964 tot 1973.
Het gebouw
De burcht draagt de sporen van zes eeuwen. Het eerste koninklijke paleis onder Sigismund stond er in 1409; Matthias Corvinus voegde terrassen, een kloostergang en een poorttoren toe. Na Mohács werd het een grensvesting: de ronde bastion kwam in 1543 gereed, het Ferrando-bastion in 1572, het Geitenbastion met ondergrondse kazematten en geschutzaal in 1586. De Ridderzaal ontstond in 1815 uit de open galerij, en de neoromaanse ramen werden aangebracht voor de keizerlijke manoeuvres van 1897.
Wat te lezen
Éva Fülöp en Julianna Kisné Cseh, “A tatai múzeum története 1912–2002” — de geschiedenis van de verzameling zelf, geschreven door haar beheerders. Tata, 2002.
ISBN 9637110372
Hoe binnen te komen
Adresgecontroleerd op 19 augustus 2026, website van het museum
Váralja utca 1–3
Hoe kom je er
De burcht staat aan de noordwestelijke oever van de Öreg-tó, tien minuten te voet van het station Tata.
Openingstijdengecontroleerd op 19 augustus 2026, website van het museum
vandaag gesloten
ma
gesloten
di–zo vandaag
09:00–17:00
Maandag gesloten.
Ticketsgecontroleerd op 19 augustus 2026, website van het museum
Volwassenen 3.000 Ft, verminderd 1.500 Ft. Groepen vanaf tien personen 2.000 Ft. Gezinstickets van 2.250 tot 4.500 Ft, het vijfde kind gratis. Een gecombineerd ticket met het Museum van de Hongaarse Duitsers kost 3.500 Ft. De kazemattour kost 2.000 Ft extra.
vanaf HUF 3.000
Wanneer te gaan
De burcht staat in het water, en het mooiste zicht erop heb je ’s ochtends vanaf de zuidoever van het meer, wanneer de zon vol op de muren valt. De kazemattour vraagt een apart ticket en gaat niet elke dag door.
Een burcht met torens en ondergrondse kazematten spreekt kinderen meestal aan, al zijn de zaalteksten alleen in het Hongaars. De kachel en de wapens houden de aandacht vast; de lapidaria niet.
Als dit je raakte
In dezelfde stad
Het middeleeuwse lapidarium bewaart beeldhouwwerk uit de abdij van Vértesszentkereszt; vierentwintig kapitelen uit diezelfde abdij zitten verwerkt in de kunstruïnes van de Engelse tuin.