Koeskovo

Het houten paleis van 1769–1775 met bewaarde interieurs en ingelegde parketvloeren. De Grot met schelpwerk — iets wat in Rusland nergens anders bestaat. Het Hollandse en het Italiaanse huis, de Hermitage, de oranjerie. Een porseleinverzameling van Meissen tot Sovjetagitatieporselein.
Drie uur.
- 50 minutenhet paleis: de enfilade, de danszaal, de staatsieslaapkamer.
- 25 minutende Grot, om het schelpwerk.
- 30 minutenhet Hollandse en het Italiaanse huis.
- 45 minutenhet Keramiekmuseum in de Grote Stenen Oranjerie.
- 30 minutenhet regelmatige park, zonder welk het landgoed niet te lezen is.
Achtergrond
Priscilla Roosevelt, “Life on the Russian Country Estate: A Social and Cultural History” — daarna leest de enfilade als een dagindeling en niet als een rij kamers. New Haven: Yale University Press, 1995.
| ma, di | gesloten |
| wo–zo vandaag | 10:00–18:00 |
Bij het vijfenzeventigste jaar van Viktor Nepljoejev, hoofdontwerper van de Gzjel-manufactuur van 1984 tot 1989. Kleine genrefiguren in series: porselein met onderglazuurbeschildering, gemaakt door iemand die de grenzen van het ambacht van binnenuit kent. Wie Delfts blauw kent, herkent het procedé en ziet meteen het andere handschrift.
De allegorie als taal van de achttiende eeuw: wat de figuren betekenden die Pjotr Borisovitsj Sjeremetjev voor het paleis en het park bestelde. Een kleine presentatie in de Portrettenzaal, en tegelijk de sleutel tot wat er in Koeskovo langs de lanen staat.
Praskovja Kovaljova-Zjemtsjoegova: dochter van een lijfeigen smid, zangeres van het Sjeremetjev-theater, later de vrouw van Nikolaj Petrovitsj Sjeremetjev. Portretten uit verschillende jaren en voorwerpen uit haar vertrekken; een zomertentoonstelling in het paleis.
Deens porselein van het laatste kwart van de achttiende tot de tweede helft van de twintigste eeuw — een monografisch project zoals het museum nog niet had. De kern werd vanaf de jaren twintig bijeengebracht door het Keramiekmuseum, toen de bezittingen van Maria Fjodorovna, de Deense prinses Dagmar, uit het Wapenhuis werden overgedragen. Wie de blauwe kobaltdecors van Delft kent, ziet hier de Kopenhaagse tak van dezelfde Europese stamboom. In de Grote Stenen Oranjerie.
De plantenwereld van het landgoed in de tweede helft van de achttiende en het begin van de negentiende eeuw: waar de oranjerieën en parken van Koeskovo trots op waren onder Pjotr Borisovitsj en Nikolaj Petrovitsj Sjeremetjev. Daarnaast tekeningen en toegepaste kunst uit een tijd waarin kunstenaars zich naar botanische atlassen richtten. In de loggia van het Italiaanse huis.