Geschiedenis : Tentoonstellingen in Moskou
9 tentoonstellingen in de musea van Moskou uit onze lijst — met data, locatie en waarom ze de moeite waard zijn.
Bij het vijfenzeventigste jaar sinds de eerste Novgorodse brief, gevonden op 26 juli 1951 in de Nerevski-opgraving. Sindsdien zijn er meer dan 1250 gevonden; daaronder de schoolschriften van het jongetje Onfim, met tekeningen die in middeleeuws Europa hun gelijke niet hebben. Het is het schrift van gewone mensen, bewaard door natte bodem — zoals in Vindolanda aan de Muur van Hadrianus. In de Staatsiezalen, één maand.
Bij het driehonderdste jaar sinds de dood van Peter de Grote: de nalatenschap van de eerste Russische keizer en zijn belangrijkste hervormingen. De man die in Zaandam en Amsterdam het scheepstimmeren leerde, bracht mee wat hier te zien is. Korte looptijd — controleer de data voor u vertrekt.
Een eeuw van de grootste fotodienst van het land, die het nieuws fotografeerde op de dag zelf. Te zien in twee ruimten van het Historisch Museum: de Verrijzenispoort en het Artilleriehof.
Praskovja Kovaljova-Zjemtsjoegova: dochter van een lijfeigen smid, zangeres van het Sjeremetjev-theater, later de vrouw van Nikolaj Petrovitsj Sjeremetjev. Portretten uit verschillende jaren en voorwerpen uit haar vertrekken; een zomertentoonstelling in het paleis.
Tretjakov kocht iconen in de jaren negentig, enkele jaren voor zijn dood. Van dit deel van zijn verzamelen weet men het minst. Ruim zestig panelen uit de vijftiende tot de negentiende eeuw, waarvan vele voor het eerst te zien: de Novgorodse «Predsta Tsaritsa» uit de vijftiende eeuw, de Igorevskaja Moeder Gods van Tederheid uit het begin van de zestiende, werk van de tsarenmeesters en de Stroganovs, bijeengebracht met hulp van antiquairs en van kenners van oude dingen. Daarnaast wordt verteld hoe de iconen in de zalen van de Galerij kwamen en hoe zij in 1929–1932 door Europa reisden; tweede verdieping van het Ingenieursgebouw.
Fjodor Prjanisjnikov, een Petersburgse postambtenaar, en Kozma Soldatjonkov, een Moskouse koopman en oudgelovige, verzamelden Russische schilderkunst nog voordat de Tretjakovs begonnen. Beide verzamelingen kwamen bij het Roemjantsev-museum, en toen dat in de jaren twintig werd ontbonden, raakten zij verspreid over de Tretjakov-galerij en nog vierenvijftig musea. Bijeenbrengen laat zich dat niet meer. De hangwijze volgt die welke vóór de revolutie werd bedacht door Nikolaj Romanov, conservator van het Roemjantsev-museum, en een route door de vaste opstelling voert naar andere stukken uit dezelfde verzamelingen: Tropinins «Kantwerkster», Fedotovs «Ontbijt van een aristocraat», Kiprenski’s «Krantenlezers in Napels» — derde verdieping van het Ingenieursgebouw.
Geld in De meester en Margarita: het oude Judea en het Moskou van de jaren twintig en dertig, stuk tegenover stuk gezet. Bij de 135ste geboortedag van Boelgakov.
Er wordt geen apart kaartje gevraagd. Zalen zijn er evenmin voor vrijgemaakt: de route loopt door de vaste opstelling in Lavroesjinski, en nieuws is er niet heen gebracht — het werk zit in de bordjes, waar bij Savrasovs "De roeken zijn terug" en bij Fedotovs "Het aanzoek van de majoor" nu staat uit wiens handen het stuk in de galerij is gekomen. De verzamelingen van Prjanisjnikov en Soldatjonkov worden in hun geheel getoond in het buurpand, het Ingenieursgebouw, waar het kaartje apart wordt betaald. In Lavroesjinski rest van hen alleen wat in de vaste opstelling is opgenomen, naast de schilderijen die Tretjakov zelf kocht.
De graaf staat bekend als historicus, uitgever en vriend van Alexander III; hier wordt de kant getoond waar onderzoekers nauwelijks aan toekwamen — Sjeremetjev als landheer en eigenaar van landgoederen. Koeskovo is het enige waar hij zijn leven lang bleef komen. Schilderijen, meubels, foto’s en documenten uit de collecties van Ostankino en Koeskovo; in het Zwitserse huis.